In geen enkele supermarkt kan ik gist te krijgen. Normaalgesproken is er niemand in de gang met bakproducten, nu lijkt het schap geplunderd. Wanneer we nog tien jaar kunnen poepen moet er ook nog iets te eten zijn. Toch gaat half Nederland brood bakken tijdens deze quarantaine. Misschien dat in een dorp verderop nog gist te krijgen is, ik vind dat je voor gist best naar buiten mag.

‘RINKEL TSJING TSJING TJSING RING ting ring – TAK’

Klinkt het wanneer ik de winkel binnen loop, de deurbel doet het goed.

Het is geen gewone biologische winkel, het is ook een halve toko. Naast het zuurdesembrood en Horizon pindakaas verkopen ze er ook verse sambal en IndoMie Instant Noedels. Het ruikt er naar komijn en kamillethee. De winkel is leeg. Niet zonder spullen, zoals elke supermarkt deze dagen. Er is geen mens.

IndoMie Instant Noedels, zou ik daar een pakje van meenemen? Dat is wel de lekkerste kant-en-klaar noedelsoep. Er zit niet alleen zout in zoals in die van Unox, maar ook een zakje ketjap, kruiden, gebakken uitjes, olie en noedels. Best knap dat ik deze soep in een rijdende trein heb kunnen bereiden. Wat leuk ook dat ze dit merk nu in Lochem verkopen. Ik staar naar het pakje Mi Goreng met op de voorkant een hele paprika, een gebakken ei en een garnaal die natuurlijk nooit zo in het zakje zitten.

Het enige wat ik hoor is het geluid van de krakende houtenvloer wanneer ik door de winkel kuier. Verderop staat een schap met gezond uitziende ontbijtgranen en pannenkoekenmix van Demeter, daar zou de gist moeten liggen. De winkel is erg lang en smal. Anderhalve meter afstand houden is in een lege winkel gelukkig goed te doen. Vreemd dat mensen de Albert Heijn plunderen en dat er in deze winkel niemand is en de schappen vol zijn. Er is zelfs nog gist.  

Ik leg de biologische gist, sambal badjak en een zak kamillethee op de toonbank. Ik kijk de winkel rond of ik ergens een camera of bewegingssensor zie hangen. Na een minuut wachten en de ingrediënten van de sambal te hebben gelezen valt mijn oog op een belletje. Ik sla op de hotelbel die verstopt staat tussen de dagaanbieding: agaragar.

‘Ik zou alles ook zo mee kunnen nemen’ schiet er door mijn hoofd. Ik zoek in mijn portemonnee of ik genoeg contact geld bij heb, dan schrijf ik op wat ik heb gekocht en leg ik er het geld bij.  Met 20 eurocent en een Hedonmuntje kom ik bij lange na niet bij het totaalbedrag.

Ik loop een rondje door de winkel en hoor achter een deur een radio zacht aanstaan. Ik klop op de deur. Geen gehoor. Voorzichtig doe ik de deur op een kier en stop mijn hoofd om de hoek. Ik zie twee benen op een tafel liggen! Van schrik doe ik een stap terug. Hij is toch niet dood? Ik haal diep adem, doe de deur weer wat verder open en kijk nog een keer om de hoek. Er ligt een lange kale wat oudere man. Ik had in een winkel als dit eigenlijk een vrouw met rastahaar verwacht of een Aziatische meneer. Maar deze man ligt in een provisorisch magazijn met zijn benen op het bureau tussen een afgekloven boterham en een pot honing.

‘Meneer?’ fluister ik.

Geen reactie.

‘Meneer?’ zeg ik nu iets harder. Ik zie zijn borst op en neer bewegen en slaak een zucht van verlichting. Ik tik hem voorzichtig op zijn schouder ‘Ik zou graag mijn gist willen afrekenen’. Hij knijpt met zijn ogen, rekt zich uit en zegt ‘Sorry! Ik ben alweer in slaapgevallen. Momentje! Dan kom ik eraan.’.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.