Bagagedrager

‘Zou ik bier nemen of een cola?’ Ik heb erg zin in bier. Maar toch pak ik de cola. Deze sla ik achterover en ik haal mijn jas op bij de garderobe.  Eenmaal buiten loop ik niet naar mijn kamer maar loop ik de andere kant op, geen idee waar naartoe.  Ik wil nog niet naar huis.

Ik doe mijn oordoppen in en zet de muziek van Spinvis op.

‘Ik weet niet hoe het nou verder moet met mij.’

Klinkt het door mijn oordoppen. Ondertussen loop ik door steegjes waar ik nog nooit ben geweest. De regen slaat neer op mijn gezicht. Het mag van mij wel harder gaan regenen. Ik wil de regen voelen! Motregen is de sneuste vorm van neerslag.

‘Hoe kom je hier, hoe kom je hier vandaan? En als je wegkomt, Waarheen wou je dan wel gaan?’

Dit liedje heet Bagagedrager.  Wat een raar ding is dat eigenlijk, een bagagedrager. En waarom heeft er nog nooit iemand een comfortabele bagagedrager uitgevonden? In films, liedjes van Gers Pardoel lijkt het altijd romantisch, met je vriendin achterop de fiets door de stad fietsen. Wie dit wel eens heeft gedaan weet dat dit niet zo is. Je kan beter met iemand achterop fietsen dan zelf achterop zitten. Een spijkerbed zit comfortabeler dan een bagagedrager. Je zou fietsen kunnen ontwerpen met een kussentje achterop, armleuningen, iets waar je je aan vast kan houden en een koffiezetapparaat onder het zadel.

Ik loop door een steegje en sta opeens oog in oog met de Peperbus, de bekendste toren van Zwolle. Ondertussen is het gestopt met zacht regenen. Normaal gesproken heb ik een hekel aan lopen door de regen, maar deze avond kan het mij niet hard genoeg regenen. Ik was vergeten hoe lekker het kan zijn om door de stad te lopen zonder doel. Het voelt haast als meditatie.

Laat ik hier maar naar links gaan.

Opeens sta ik weer oog in oog met mijn studentenhuis. Ik ga maar naar binnen, je kan niet de hele nacht door de stad dwalen. Ik ga Gazelle mailen, misschien kunnen ze iets met mijn idee voor comfortabele bagagedragers.