3 uur lang op het postkantoor van Minsk

Wanneer je op vakantie bent stuur je natuurlijk een kaartje naar je geliefden die thuis achter blijven. Zo ook Warre en ik. Ik vind het al ingewikkeld om een kaartje te sturen in Nederland, hoe veel postzegels moeten er op, waar moet de postzegel, waar moet het adres. In Wit-Rusland is dit nog een grotere uitdaging. Behalve met de Nederlandse dillema’s komen er meer problemen bij.

Het postkantoor vinden ging ons gelukkig redelijk makkelijk af door de behulpzame mevrouw van de boekenwinkel. Eenmaal daar aangekomen troffen we een hele grote hal aan met tientallen balies. En een automaat waar je een nummertje moet trekken, hierbij moet je ook de reden aangeven van je bezoek. Deze automaat was uiteraard volledig in het Russisch.

Gelukkig was er ook nog een balie voor informatie. Wij vertelden de mevrouw achter de balie dat we een kaartje willen sturen naar Nederland (uiteraard in het Engels, want Nederlands begrijpen ze al helemaal niet). ‘Stamp! Stamp!’ Was het enige wat ze riep. Wij weten ook wel dat we postzegels nodig hebben muts! Wij vroegen nog een keer ‘We want to send a card to the Netherlands.’ ‘Stamp! Stamp! Stamp!’. Toen wees ze naar een soort loket waar we de postzegels zouden moeten kunnen kopen.

Hier zat een meisje dat nog beroerder Engels sprak, ze haalde er een collega bij die volgens haar goed Engels sprak. Dit fenomeen herhaalde zich bij elke winkel, bar of restaurant. We worden in het Russisch aangesproken, zegen ‘Do you speak English?’ en dan halen ze de beter Engels sprekende collega erbij. Wij vermoeden dat elk bedrijf eén Engels sprekend persoon in dienst heeft.

We kregen vier prachtige postzegels, hiervoor moesten wij 5,04 roebel betalen. We hadden echter alleen nog maar drie roebel op zak, en twaalf twee cent muntjes. Maar bij elke balie stonden pinautomaten, dus dat zou wel goed komen! Pinnen  met onze ASN-wereldpas bleek ingewikkelder te zijn dan gedacht. Ook de Visacard deed het niet, ze probeerde kaarten zonder magneetstrip door de magneetstrip lezer te halen. Op naar de volgende balie, misschien ligt het wel aan de pinautomaat. Na een kwartier proberen kwamen we tot een oplossing. Wij gaan naar de bank, daar pinnen wij roebels, komen terug, betalen en nemen de postzegels mee. Hij vertelde waar we een bank konden vinden. Dit was bij een metrostation om de hoek.

In dat metrostation liepen we langs twee banken, maar wij wilden bij onze eigen vertrouwde BSB-bank pinnen. Waarover je in de vorige blog hebt kunnen lezen (met de korte rokjes). Opeens worden we op onze schouder getikt door een hijgende man. Het is onze vriend van het postkantoor! Hij wijst naar de bank waar we voorbij zijn gelopen. ‘There is a bank!’. Hij loopt met ons mee naar de bank en verdwijnt daarna in de massa. Vreemd… heel vreemd… en een beetje lief. Met onze verse roebeltjes gaan we weer terug naar het postkantoor en rekenen de zegels af. Likken ze, en plakken ze op de kaart. Op zoek naar de brievenbus, gelukkig hebben ze maar tien verschillende brievenbussen met Russisch opschrift…

 

De les

Ik sluit elke blog af met een les, want Warre en ik maken deze reis niet zomaar, zelfontplooiing staat centraal! Accepteer het postkantoor en de bureaucratie zoals het is. Voer mee op de flow van het postkantoor en maak het onderdeel van je reis.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.